Levenslang werken

Ik lees om me heen dat bedienden zich massaal in een burn-out werken. En dat we allemaal langer moeten werken. Maar ook dat het aantal 50-plussers dat nog werkt onzinnig laag ligt. Daarbij ben ik ervaringsdeskundige in de weerstand die je als 50-plusser tegenkomt wanneer je weer aan de slag wilt, en wel in iets ander dan wat je daar voor deed. Ik probeer in het verhaal hieronder het één met het ander te verbinden. En ik vraag me af hoe het anders en beter kan.

 

Wat is er aan de hand?

  • SERV stelt dat 1 op de 2 Vlamingen hun werk ervaren als ‘onwerkbaar’, en linken dat aan het hoog aantal werknemers dat thuis zit op ziekteverlof, met als diagnose ‘burn-out’. En daar volgen verschillende artikels en reacties op. Het is duidelijk een onderwerp dat leeft. En dat is een signaal. Waar komt het vandaan? Wat zegt het ons?
  • Knack kopte recent: “ze zijn er: JOBS! JOBS! JOBS!” – de economie is zachtjes aan het stijgen, het aantal vacatures stijgt. Er wordt in één adem ook gewaarschuwd: de zgn. ‘grexit’ komt er aan. De babyboomers gaan binnenkort massaal op pensioen. En zoals VDAB topman Fons Leroy in het betrokken Knack artikel stelt: “Er gaat ongelooflijk veel kennis en ervaring door verloren”.
  • We worden met z’n allen ouder, en we moeten langer blijven werken. Dit is een open deur. Onze levensverwachting blijft stijgen. In het TV programma ‘De Afspraak’ stelde een specialiste onlangs dat de generaties die nu geboren worden een levensverwachting van rond de 110 jaar hebben, en daarbij een goede levenskwaliteit mogen verwachten op hogere leeftijd.
  • Daarom lijkt het logisch dat we langer zullen blijven werken. Omdat we wel moeten, omdat ons huidig pensioensysteem op springen staat wegens totaal niet aangepast aan de huidge demografie, en we daarom verplicht worden om ons pensioen uit te stellen. Maar ook: als je als zestig-plusser nog fit bent, je graag nuttig voelt, en jezelf graag verder blijft ontwikkelen: dan blijf je toch werken – gewoon omdat je dat graag wilt?

Ik ben een vijftig plusser die graag aan de slag wil blijven. En ik ben ook bezig om van loopbaan te veranderen; ik verlaat het tot nu toe begane pad.

En ik heb tien jaar geleden mijn burn-out gehad, toen de term nog niet zo ingeburgerd was. Ik kan daar mijn relaas van geven. Maar dat wil ik hier niet doen, niet in detail. Wat ik wel wil mee geven, is dat een burn-out in essentie een soort kortsluiting is van ons lichaam, en onze energiehuishouding. We zetten ons in voor onze job, we gaan er voor. De gedrevenheid is groot. En zo leren we om door te zetten, en ons over het gevoel van vermoeidheid heen te zetten. Omdat we het gevoel hebben dat we geen keuze hebben. Omdat we willen voldoen aan sociale en persoonlijke verwachtingen. Daarnaast verliezen we ook veel energie wanneer we ons moeten forceren om ons in te zetten voor ons werk, wanneer dat werk ons eigenlijk niet echt (meer) motiveert, omdat het niet (meer) in lijn is met onze waarden. Maar we zitten vast in onze gouden kooi.

Het leven zoals het is …. of was?

Op de één of andere manier gaat ‘men’ er in onze samenleving uit dat je op je 18de weet wat je later wilt worden, dat je voor een bepaalde studie kiest, die studie succesvol afrondt, en dan werk zoekt in het kader van die studierichting. Vervolgens wordt er van je verwacht dat je carrière maakt.

Ondertussen bouw je ook je leven uit, en voor velen betekent dat: een huis kopen, kinderen krijgen. Maar het werk gaat gewoon door. Er is geen sprake van “het even wat kalmer aan doen” als je rond de 30/35 bent en je volop in de uitbouw van je carrière zit. We jagen ons er allemaal doorheen. En we worden daar vaak ook best goed in; in dat doorbijten, toch gaan werken, ook al voel je je niet zo top. We bijten ons met z’n allen vast in ons werk. En na een aantal jaren van ploeter-ouderschap nader je de 40/45, en weet je: “als ik nog iets wil doen met mijn loopbaan, dan wordt dat nu tijd”. Want als je eenmaal voorbij de 45 bent, tel je niet meer mee.

Het staat nergens beschreven in een boekje of een wetgeving. Maar het is de facto zo. Onze loopbaan begint rond de 25 en stopt rond de 45 à 50 jaar. En dat zal mee spelen in de druk die de omgeving en wij zelf op ons zetten wat onze inzet voor ons werk betreft. Omdat we ergens aanvoelen dat het “doorzetten of verzuipen” is. We moeten werken met een eigenlijk belachelijk kort loopbaan-traject, waarin we al onze aspiraties waar moeten maken, onszelf moeten bewijzen, ons kapitaal moeten opbouwen, ons huis moeten afbetalen, enzovoorts.

Bart Van Craeynest laat het in zijn boek “Super Staat” op pag. 55 zien: in België werkt slechts 44% van de groep 55 tot 64 jarigen. Dat is minder dan de helft!  Er staan nog meer interessante weetjes in dat boek, ik raad het u aan.

Hoe komt dat? Omdat alle 55-plussers luie donders zijn die liever thuis de krant zitten te lezen, en onze welvaartsstaat opsouperen, dan dat ze een bijdrage leveren aan onze economie? Er zullen er zo vast een aantal zijn, maar op basis van mijn eigen ervaring weet ik dat dat niet zo is. Mensen van over de 50 willen nog grààg werken. Maar ze krijgen de kans niet. Ze worden gediscrimineerd. Jawel. Dat klinkt heel fout: ‘gediscrimineerd’. Maar het is gewoon zo.

Ik heb er eerste-hands ervaring in. Toen ik in 2014 als 52-jarige aan het solliciteren sloeg, kreeg ik de ene na de andere afwijzing. En ik ben daar niet de enige in, dat weet ik for a fact. Je kunt je als vijftiger suf solliciteren, je krijgt in 95% van de gevallen een standaard afwijzingsmail. Als je al een reactie krijgt.

Probeer er eens op te letten hoe vaak je, in je dagelijks leven, geholpen wordt door mensen van over de 50; de mensen achter een loket, de leraren en leraressen op de lagere school van je kind, je tandarts, de verkoopster in de winkel, jouw contactpersoon bij de mutualiteit of je verzekeringsagent …. Over het algemeen kom je vooral jongere mensen tegen.

Ik let hier op, omdat het me tijdens een reis naar de States vorig jaar opviel hoe vaak ik daar in contact kwam met mensen van stevig over de 50, en vaak een pak ouder. Veel van de bediening in hotels en restaurants waren mensen in hun golden years. En ik vond dat schitterend. En dan vraag je je af: waarom kan dat niet bij ons? OK, misschien dat die ouderen in de States wel moeten blijven werken, omdat ze geen sociale zekerheid kennen zoals wij hier. Maar toch: het valt op. Ik ben hier op restaurant nog nooit bediend geweest door een lieve dame of heer van rond de 65 of de 70, terwijl ik dat net zo gezellig zou vinden.

Er is economisch héél veel belang om deze massa mensen van over de 50 werkgewijs in het economisch circuit te krijgen en houden. De tewerkstellingsgraad in België in het algemeen ligt veel te laag, en onze sociale lasten wegen loodzwaar: dit is een situatie die onmogelijk vol te houden is.

Maar dan moet er eerst een kentering komen in de mentaliteit van de meeste bedrijven, de overheid, ons allemaal.

En dat brengt me op een volgend punt waar ik me druk over maak: het veranderen van loopbaan.

Bedrijven zijn ingesteld op het werken met bedienden van, give or take, tussen de 25 en de 45 jaar. Ze hebben hun redenen om geen 45- of 50-plussers aan te werven: ze zijn anders dan hun doelgroep. En weet je wat? Dat is ook zo!

Een vijftiger is anders dan een dertiger. Het is volgens mij geen goede aanpak om per se te willen bewijzen dat een vijftiger ‘hetzelfde’ is als een dertiger, lees: ‘even productief, even inzetbaar, even gedreven’, en zo meer. Daarmee zeg ik niet dat een vijftiger ‘minder productief, inzet of gedreven’ is! Zeer zeker niet. Misschien wel integendeel (dat hangt van de job af). Dertigers hebben hun kwaliteiten, en vijftigers hebben hun kwaliteiten, en die zijn niet noodzakelijk hetzelfde.

Een vijftiger staat na 25 jaar ervaring wat anders tegenover ‘werk’, dan een schoolverlater. Vindt u dat niet normaal? Vijftig plussers hebben al veel bewezen, dus ze zijn misschien soms iets minder gebrand op het zichzelf bewijzen, in een aantal beroepen. Ze weten vaak al vrij goed waar ze voor staan en wat ze willen, dus ze zijn iets minder ‘kneedbaar’, misschien. Hoewel dat vaak puur persoonlijk ligt.

Een vijftiger heeft veel troeven, die een dertiger niet heeft. Ervaring: wat denkt u daar van? Telt dat mee? Ik denk het wel. Maar: wordt dat nog gewaardeerd door de gemiddelde bedrijfsleider? Ik weet het niet. Maturiteit: absoluut belangrijk in veel beroepen; die waarin de vertrouwensrelatie een rol speelt bv., of waar inzicht in het grotere complexere geheel, belangrijk is. Met mensen kunnen omgaan, emotionele intelligentie: is dat niet één van de dingen die men vandaag met prioriteit zoekt in kandidaten?

Een vijftiger heeft vaak zijn of haar handen veel vrijer dan een dertiger. De kinderen zijn wat ouder, of het huis al uit. Dat huis is misschien al afbetaald. Er dreigt geen zwangerschapsverlof. En de gemiddelde vijftiger is nog zo fit als een hoentje.

Wat dat laatste betreft: ik vind dat er wel rekening gehouden moet worden met fysiek zware beroepen. Je kunt een bouwarbeider van over de 55 niet meer vragen om elke dag op een kraan van over de 10 meter hoog te klauteren. En een dame die al heel haar leven elke dag is gaan poetsen, wil dat op een bepaald moment afbouwen, omdat het fysiek te zwaar is. Dat is normaal.

Vandaar dat we allemaal de mogelijkheid moeten krijgen om na verloop van tijd van loopbaan te veranderen. En dat is vandaag niet zo vanzelfsprekend. Zeker niet in combinatie met een leeftijd van boven de 45.

Waar loop je tegenaan wanneer je als 45-plusser van loopbaan wilt veranderen?

Om mezelf even te gebruiken als voorbeeld:

Na een kleine 30 jaar ervaring in sales & marketing jobs in de IT, werd ik ontslagen. En eigenlijk was ik wel blij met dat ontslag. Of liever: blij dat mijn werkgever de knoop voor mij heeft doorgehakt. Ik had zelf niet zo snel ontslag genomen, gouden kooi, weet u wel, maar ik dacht al langer aan veranderen. Ik deed dat werk al zo lang, er zat veel stress in de organisatie, ik moest eigenlijk veel reizen voor mijn werk, en dat kon ik niet, want ik heb 2 kinderen die ik elke dag naar school moet brengen en ’s avonds opvangen.

Ik zag deze situatie als welkome gelegenheid om mezelf te her-oriënteren, en werk te zoeken in een richting die mooi aansluit bij mezelf en mijn kwaliteiten en interesses van vandaag.

En dat is nu ook aan het lukken. Ik ben nu aan de slag als jobcoach en ik ben mijn éénmanszaakje aan het opstarten om van daar uit counseling aan te bieden. Maar het is alles behalve makkelijk verlopen. Ik kan me heel goed voorstellen dat een boel mensen die een gelijkaardige heroriëntering aanvatten, daar na een jaar of zo mee stoppen, puur uit teleurstelling. Het wordt je echt niet makkelijk gemaakt.

Er is zo goed als geen omkadering of ondersteuning voor mensen die van loopbaan willen veranderen.

Ik heb zelf loopbaanbegeleiding gevolgd, en moet helaas besluiten dat ik niet veel heb opgestoken van die sessies: het leverde geen nieuwe inzichten op, ik heb geen nieuwe handvatten op mijn carrière gekregen, het bleef allemaal heel vaag.

Ik heb outplacement gekregen, en ook daar heb ik helaas … eigenlijk niets aan gehad. Het spijt me dat ik zo negatief doe over deze begeleiding. Het is in principe heel goed dat dit soort diensten aangeboden worden. Maar de kwaliteit van de dienst is helaas onvoldoende. Voor mij, in ieder geval, er zijn vast tal van mensen die juist wel veel aan deze begeleiding hebben. Wat me vooral opviel tijdens de outplacement, is dat ik zeer vaak de boodschap kreeg dat ik toch best bij mijn oude loopbaan bleef. Een houding van: je deed dat goed, en je deed het graag; waarom zou je dan willen veranderen? De houding van de mensen met wie ik toen contact had, straalde dat uit. Wanneer ik begon over “iets anders”, “iets doen met mijn talent om met mensen samen te werken”: -> verbaasde gezichten, afkeurende gezichten, weerstand. Waarom? Misschien omdat deze coaches maar al te goed weten hoe moeilijk het is om van loopbaan te veranderen? Waarmee ze de kandidaat willen beschermen. Maar waarmee ze het vooroordeel dat je bij je leest moet blijven, ook sterk bevestigen en versterken.

Maar goed, ik was niet van mijn plan af te brengen, ik ging iets anders doen. En daar mee was ik blijkbaar verder op mezelf aangewezen. En dat is erg jammer.

Ik ben door een hele zoektocht gegaan. In m’n eentje. Een soort Odyssee van de loopbaan verandering van Heleen. Ik ben op die weg heel wat afwijzing tegen gekomen. Het is dankzij mijn eigen diepe overtuiging dat ik toch heb doorgezet. Ik ben zelfs professionele consultants tegengekomen, ingehuurd om mijn plan te evalueren, die me botweg de raad gaven om een baantje te vinden bij een grote onderneming, een verzekeraar of zo, en daar op mijn pre-pensioen te wachten. Dan kon ik daarna nog altijd iets doen met mijn plannen om te coachen, nietwaar? Dat is blijkbaar de houding op onze Belgische markt. Dan krijg je inderdaad een tewerkstellingsgraad van onder de 50% in de groepen van de zeer ervaren en vakkundige burgers, die zo’n belangrijke rol zouden kunnen spelen in het versterken van onze economie, en onze samenleving tout court.

Recruiters, HR medewerkers, headhunters, …. iedereen die aanwerft, zoekt blijkbaar maar één ding: iemand met de nodige ervaring om direct operationeel te zijn in deze job. Men zoekt een pakket aan opleiding en ervaring en netwerk. En dat begrijp ik. Maar er is méér. Je werkt uiteindelijk met mensen, niet met pakketjes. Mensen die zich met al hun energie zullen inzetten voor jouw onderneming, mensen met hun verwachtingen, hun emoties, hun ambities en hun talenten. Maar daar is geen aandacht voor.

Waarom is de markt zo kortzichtig in zijn aanwervingsbeleid?

Het heeft waarschijnlijk veel te maken met de verafgoding van de korte termijn rentabiliteit van zo ongeveer àlles wat een onderneming beslist en doet. Heel veel ondernemingen zijn een one trick pony geworden: ze optimaliseren hun winst door het besparen op investeringen en het stretchen en verder stretchen van de prestaties van hun medewerkers. Wat bespaard kan worden, wordt bespaard. En dat leidt ons uiteraard terug naar het groeiend aantal burn-outs onder onze werknemers, de cirkel is rond.

Er zou een vrij grondige her-oriëntatie moeten komen van de mentaliteit van bedrijven en andere werkgevers. Laten we samen nadenken hoe we het beter kunnen doen wat betreft:

  • Aanvaarding van 45+ kandidaten: validering van hun talenten en vaardigheden en hun unieke kwaliteiten. Eventueel een tewerkstellingskanaal uitbouwen dat zich toespitst op deze groep werknemers; gespecialiseerde headhunters, uitzendbureau’s, loopbaanbegeleiders, ….
  • Aanvaarding van een flexibele loopbaan die mee evolueert met het leven. Afstand nemen van de standaard verwachting dat je je leven lang op één beroep focust. Als je dat wilt: prima. Maar het hoeft niet langer de standaard zijn. Het is eigenlijk logisch: we leven langer, en we moeten langer aan het werk blijven. Een mens groeit en evolueert tijdens zijn of haar leven. Dan is het toch ook maar normaal dat je op je 45ste een ander beroep wilt uitoefenen, dan toen je 25 was? Het ligt misschien aan mij, maar ik vind dat de logica zelve.

Hoe zou het voor ons allemaal zijn om tijdens ons leven dat werk te kunnen doen dat ons op dat moment het meest motiveert, en het best uitkomt?

Het zou toch mogelijk moeten zijn om bv. te beginnen in een functie als bediende, die baan deeltijds te doen wanneer er kinderen komen, daarna als leraar(es) aan de slag te gaan, om dan zelf even terug te keren naar de schoolbanken, om dan rond je 45ste op te starten in een activiteit als zelfstandige, in een beroep dat je zo motiveert en zo mooi aansluit bij jouw interesses van dat moment, dat je die job met veel plezier blijft doen tot je 60ste, om die job dan in een deeltijdse constructie verder te zetten, aangevuld met weer een andere activiteit, die je ook de tijd geeft om zo nu en dan voor je kleinkinderen te zorgen. Bijvoorbeeld. Het is maar een idee.

Zou zo’n flexibele loopbaan kunnen helpen om de druk wat van de ketel te halen voor alle zichzelf in een burn-out werkende dertigers en veertigers? Misschien wel?

Alle suggesties en meningen zijn welkom op heleen@querkum.be.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *